De oudste ontginning van Slabroek

Dit artikel komt grotendeels overeen met de tekst in Sprokkelingen van maart 2019, maar is in april 2019 verder aangevuld met informatie over het noordelijk tracé van de prehistorische weg.

De buurtschap Slabroek ligt deels in Nistelrode en deels in Uden, maar het is landschappelijk een samenhangend geheel. Al in de middeleeuwen is de kern van Slabroek ontgonnen en deels als akkerland in gebruik. Op de oudste topografische kaart van Slabroek, die dateert van 1837 en gebaseerd is op de kadastrale situatie van 1832, zien we dat nagenoeg alle huizen van Slabroek op Udens gebied liggen. Er is één uitzondering en dat is het huidige bezoekerscentrum van de Maashorst aan de Erenakkerstraat. Het is een voormalige boerderij met een geschiedenis die ver terug gaat in de tijd.

Afb 1. De oudste topografische kaart van Slabroek van 1837. De rode lijn van onder naar boven is de gemeentegrens tussen Nistelrode en Uden. Die grens loopt dwars door de buurtschap Slabroek. Op de kaart zijn de akkers aangegeven in wit. De weilanden zijn lichtgroen, bosjes donkergroen, heide gestippeld, bomenrijen en houtwallen langs wegen en percelen zijn stipjes. Ongeveer midden op de kaart ligt de oude, min of meer ronde akker van Slabroek.

 

Ronde of ovale ontginnningen

De akker die van oudsher bij de boerderij hoort heeft een opvallende vorm. Het is bijna een cirkel. Deze perceelsvorm wijst er op dat het een oude ontginning is en de eerste ter plaatse. Het is de oudste kern van Slabroek. En die ligt juist in Nistelrode. Het akkerperceel is nagenoeg rond. Zo’n perceelsvorm kan alleen ontstaan in een gebied dat nog niet eerder ontgonnen is. Bij de ontginning heeft men dan nog geen “last” van al aanwezige ontginningen en perceelsgrenzen. Oude akkers werden in de middeleeuwen omgeven door een wal met dichte begroeiing. Het doel ervan was om te voorkomen dat wild en loslopend vee op de akkers kon komen. Wild en vee zouden de gewassen kunnen aanvreten of op een andere manier beschadigen. Het aanleggen van een dergelijke wal om akkers is een behoorlijk karwei en men zal de wal niet langer willen maken dan nodig is. Bij een ronde vorm kan de lengte van de wal het kortst gehouden worden. Bij een ronde vorm is de verhouding tussen oppervlakte en omtrek optimaal. Bij ontginningen in een verder nog woest gebied wordt daarom bij voorkeur een wal aangelegd met een ronde of ovale vorm. Er hoeft dan alleen rekening gehouden te worden met de natuurlijke gesteldheid van het terrein. Onderzoek naar ontginningen toonde aan dat ronde of ovale akkers de oudste ontginningen in hun regio zijn.

 

Omgeven door een wal

Ter bescherming van de gewassen werd een akker omgeven door een stelsel van wallen en greppels. Het meest eenvoudig is een enkele wal met aan weerszijden een greppel. Aan de buitenzijde is de greppel dieper, dan die aan de binnenzijde. De oude akker van Slabroek was ook omgeven door een wal. Op de kaart van 1837 (afb 1) is de begroeide wal aangegeven als een dunne lijn met puntjes.

Afb 2. De hoogtekaart van de oudste akker van Slabroek op basis van het Aktuele Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl). Rechts is de kaart herhaald en zijn de aanwezige wallen met een rode lijn ingetekend. De streeplijnen geven aan waar de wal inmiddels is verdwenen.

Op de hoogtekaart van het gebied springt de min of meer rond lopende wal direct in het oog. Aan de westzijde is zelfs een dubbele wal waar te nemen. De wallen met greppels aan weerszijden ervan zijn (grotendeels) nog steeds aanwezig. Langs de huidige Erenakkerstraat is de wal verdwenen. Dat geldt ook voor de noordoostkant van de akker. Daar is de akker vergroot en een pad aangelegd op de plaats waar de wal lag. Opmerkelijk is dat om de Slabroekse akker deels een dubbele wal aanwezig is. Of de overige delen van de wal aan de oostzijde en de zuidzijde ook aanvankelijk dubbel waren is alleen op basis van grondonderzoek vast te stellen. Aan de noordkant lijkt de dubbele wal vergraven te zijn ten behoeve van de uitbreiding van de akker en een pad dat daar later is aangelegd.

Middeleeuwse wallen rondom akkers waren dicht begroeid om wild en vee te kunnen keren. Alleen een wal is daarvoor onvoldoende. Een begroeiing met meidoorn was gebruikelijk, terwijl andere stekelige planten zoals hulst en hondsroos vaak voorkwamen. Om de omheining nog dichter te krijgen werd de meidoorn ook gevlochten tot een levende heg. In het maasheggengebied langs de Maas kwamen deze vlechtheggen als perceelscheiding nog lang voor en ze worden ook weer opnieuw aangeplant en gevlochten. Vlechtheggen kwamen in de middeleeuwen in het zandgebied van Brabant ook veelvuldig voor. In archieven zijn daarvoor voldoende aanwijzingen teruggevonden.

Afb 3. De wal langs de Zevenbergseweg bij het bezoekerscentrum.
Afb 4. Aan de noordzijde van de akker ligt nog een dubbele wal. Links de binnenste wal, die direct langs de akker ligt; rechts buitenste wal, die in het hakhoutbosje ligt.

Datering

De oude ontginning op Slabroek is relatief klein. Het ging om een enkele hoeve met bijbehorende akker, een zogenaamde kampontginning. Ontginningen met een omwalling in een ronde of ovale vorm komen al voor in de 12de eeuw. Het is mogelijk dat de ontginning nog ouder is, maar dat is niet waarschijnlijk. Archiefvermeldingen uit die periode komen van Slabroek niet voor. De oudste vermelding van de naam Slabroek komen we tegen in de periode 1397-1399 (Bossche Protocollen R1181 f73). We maken dan kennis met Henrick van Bruessel, gehuwd met Yda dochter van wijlen Lup zoon van wijlen Jan van Slaepbroec. In die periode is het de gewoonte dat mensen genoemd worden naar de plaats waar ze wonen of waar ze eigenaar van zijn. Yda is ca 1398 al de derde generatie die de naam Van Slabroek heeft. Haar grootvader Jan moet al voor 1350 geleefd hebben. Hij of een van zijn voorouders woonden kennelijk op een hoeve met de naam Slabroek. Dat die hoeve juist de oude omwalde ontginning is kunnen we concluderen uit vermelding van 1407 en 1418 (R 1185 f142v; R1191 f61). Leden van de familie Van Slabroek (Willem, Herman en Gerit) verkopen dan een erfpacht aan Art Dirkszoon Rommel van Dinther uit een huis en hof gelegen in Uden en Nistelrode in de parochie Uden ter plaatse Slabroek. Deze hoeve Slabroek lag dus in Nistelrode en Uden en werd gerekend tot de parochie Uden. De 12de eeuwse ontginning ligt inderdaad in Nistelrode en was ca 1400 kennelijk al uitgebreid met grond die in het Udense deel van Slabroek lag. Alleen de voormalige boerderij op Slabroek, die nu het bezoekerscentrum huisvest ligt in Nistelrode. Deze hoeve droeg in de middeleeuwen dus de naam Slabroek.

 

Uitbreiding van Slabroek

Zowel zuidwestelijk van de oude kern van Slabroek op Nistelrodes gebied, als oostelijk en zuidelijk ervan op Udens gebied zijn later akkers ontgonnen. Het gaat hoofdzakelijk om blokvormige percelen. Ze zijn van iets latere datum, maar zeker nog middeleeuws. De naam Karlingerweg duidt daar ook op. Het is de weg naar de Karling(en). Het laatste deel van die naam (-ing) is een vroege aanduiding van een akker. Het gaat hier dus om de akker van een zekere Karl. Akkernamen met –ing komen in Brabant veel voor, maar het gaat steeds om oude akkers, waarvan aangenomen mag worden dat ze uit de 13de eeuw of ouder zijn.

Op de kaart van Slabroek uit 1899 zien we dat de akker ten zuidwesten van de “ronde akker” ook omgeven was met een houtwal. Zuidelijk er van lag toen een perceel heide. Vergelijken we de situatie met 2018 dan zien we dat dit heideperceel momenteel gebruikt wordt als parkeerterrein voor bezoekers aan de Maashorst. De oude akker wordt van het parkeerterrein gescheiden door de Maashorstweg.

Afb 5 en 6. Links de topografische kaart van Slabroek uit 1899. Rechts de situatie anno 2015

Ten zuidoosten van de ronde akker zijn op Udens gebied ook al in de middeleeuwen akkers aangelegd. Het is heel goed mogelijk dat het ontginningen zijn, die vanuit de oudste kern zijn ondernomen om de hoeve Slabroek verder uit te breiden. Zoals op veel andere plaatsen in Brabant zijn die uitbreidingen aanvankelijk ten goede gekomen aan leden van de familie. De uitgebreide hoeve Slabroek werd daarvoor bij erfdelingen opgesplitst in meerdere delen. Op sommige delen werd een nieuwe boerderij gesticht en op die manier ontstond langzaam maar zeker de buurtschap Slabroek. Uit de archiefvermeldingen kan opgemaakt worden dat ca 1400 er al minimaal twee hoeven aanwezig waren. Op de kadasterkaart van 1832 zijn er acht boerderijen rondom een open pleintje. In 1899 zijn er weer een paar toegevoegd.

 

Een prehistorische weg

De oude akker van Slabroek loopt niet helemaal rond. Aan de oostkant is de “cirkel” afgeplat. Dat is in dit geval heel goed te verklaren. De ontginning werd namelijk niet helemaal in het midden van de wildernis aangelegd, maar langs een bestaande oude weg. De wal volgde deels die oude weg en de ontginning kreeg daardoor een afgeplatte ovale vorm. De oude weg is de huidige Zevenbergseweg. Deze zandweg loopt in noordelijke richting langs het urnenveld op de voormalige Slabroekse Heide en verder langs andere grafheuvels naar de grote groep grafheuvels op Zevenbergen. De grafheuvelgroep op Zevenbergen ligt op de heel strategische “kop” van de Maashorst. De Vorstengraven van Oss maken er deel van uit. Gezien de vele prehistorische relicten en vondsten langs dit wegtracé mogen we ervan uitgaan dat de weg in de prehistorie al bestond. De weg moet in ieder geval al bestaan hebben toen de oudste ontginning van Slabroek tot stand kwam en dat is waarschijnlijk in de 12de eeuw.

De prehistorische route lag niet exact op de huidige Zevenbergseweg-Slabroekseweg, maar volgde een iets andere route. Op de oudste topografische kaart van ca 1840 bestaat het huidige tracé Zevenbergseweg-Slabroekseweg nog niet. Toch zijn er goede argumenten voor de aanwezigheid van een prehistorische weg en we menen het oude tracé ook te kunnen reconstrueren.

 

Het noordelijke tracé

Wat op de topografische kaart van ca 1840 opvalt is het verloop van de gemeentegrens tussen Nistelrode en Uden en tussen Nistelrode en Schaijk. Die oude grens is niet de huidige gemeentegrens, die een tamelijk rechtlijnig verloop heeft. De voormalige grens heeft daarentegen een licht gebogen verloop. Omdat aan beide zijden van die grens nog onontgonnen heidevelden lagen is dat nogal bijzonder. Op de meeste andere plaatsen waar een dorpsgrens of gemeentegrens over woeste heidevelden loopt heeft verloopt die grens kaarsrecht. Die grenzen zijn vastgelegd toen landsheren de woeste gronden als gemene grond uitgaven aan bewoners van een dorp. Doorgaans werden daarbij opvallende en herkenbare markeringen in het landschap aangewezen als grenspunt en tussen twee grenspunten verliep de grens vervolgens als rechte lijn. De grens tussen Nistelrode en Schaijk is daarop een uitzondering. Op de topografische kaart van 1869 is op een groot deel van de grens een doorgetrokken lijn aanwezig. Volgens de legenda gaat het hier om een greppel of sloot. Op de kaart van 1899 is die greppel niet meer aanwezig. Waarschijnlijk is de greppel gedempt toen het heideveld werd verkaveld en ontgonnen voor de bosbouw. Toen in 2010 het grafveld op de Slabroekse Heide (opnieuw) archeologisch werd onderzocht kwam deze greppel weer aan het licht. Door de onderzoekers wordt de greppel geïnterpreteerd als een landweer. Doorgans is een landweer een aarden wal met aan weerszijden een greppel. De landweer op deze plaats is iets bescheidener en bestaat uit één greppel. Waarschijnlijk was er ook een aarden wal, gevormd met het zand uit de greppel, maar die is bij het dempen weer verdwenen en daarom archeologisch niet vast te stellen. Bij de reconstructie van het grafveld is ook de landweer deels hersteld.

Luchtfoto van het gereconstrueerde grafveld met een deel van de landweer. Aan de noord en zuidkant is ter informatie met een rode lijn aangegeven waar de voormalige grens lag tussen het hertogdom Brabant en het Land van Ravenstein. De gereconstrueerde landweer tussen de grafheuveltjes is duidelijk herkenbaar.

Het is in dit verband nuttig om aan te geven dat de grens die hier aanwezig was de grens vormde tussen het Hertogdom Brabant en het Land van Ravenstein. Het was niet een simpele dorpsgrens, maar tevens een landsgrens. Na het vaststellen van die landsgrens is er, waarschijnlijk omstreeks 1400, een landweer aangelegd, die sommige prehistorische grafheuveltjes doorsnijdt. Maar hoe komt het toch dat die landsgrens zo’n opmerkelijk gebogen tracé volgt? Dat tracé moet op het moment van vaststellen van de grens al fysiek, herkenbaar en visueel aanwezig geweest zijn, anders zou er, net als op andere plaatsen, een rechte lijn zijn vastgesteld.

Een reële mogelijkheid voor een lijnvormig, fysiek aanwezig landschapselement is een oude weg. Ontstaan als voetpad met een tamelijk recht verloop, maar hier en daar plaatselijk licht gebogen om de natuurlijke ondergrond te volgen en nattere plekken te ontwijken. Het pad of de weg loopt, niet ongebruikelijk, door grafvelden en tussen grafheuvels door. Of wellicht juist andersom werden grafvelden en grafheuvels in de bronstijd en ijzertijd langs wegen of voetpaden aangelegd.

In de middeleeuwen, toen de grens tussen het Land van Ravenstein en het hertogdom werd vastgelegd, met de weg nog fysiek aanwezig geweest zijn en werd juist het wegtracé als grenslijn afgesproken. Later werd op die grens een landweer aangelegd. De weg raakte daardoor of misschien eerder al, in onbruik.

Bij de opgraving van het urnenveld op Slabroek is de weg archeologisch niet teruggevonden. Waarschijnlijk was het geen karrenspoor, maar een voetpad en verdwenen de sporen ervan door het aanleggen van de landweer.

Op een recente luchtfoto (Google Maps) is het tracé van de oude landsgrens, en daarmee het tracé van de prehistorische weg met een gele lijn aangegeven.

Het zuidelijke tracé

Afb 7 Op de topografische kaart van 1899 is de prehistorische weg met geel gemarkeerd. De rode sterretjes geven de oversteekplaatsen aan over de Aalstgraaf in het zuiden en de Kraaienloop in het noorden.

Het verloop van de prehistorische weg in zuidelijke richting is ook tamelijk duidelijk aan te wijzen. Daarvoor zijn voldoende aanwijzingen. De weg loopt naar Uden, grotendeels via de Kraaienweg, Slabroekseweg en de voormalige Hoge Pad naar de Bitswijk. De Hoge Pad heeft moeten wijken voor het nieuwe Bernhove ziekenhuis. Aan weerszijden van de Hoge Pad zijn nederzettingen uit de IJzertijd en de Romeinse tijd teruggevonden. De weg liep naar een oude oversteekplaats in de (inmiddels ook verdwenen) Aalstgraaf in de Bitswijk. Dergelijke oversteekplaatsen waren eeuwenlang in gebruik en dateren vaak al uit de prehistorie. Gezien de vondsten bij de Hoge Pad geldt dat ook voor deze plaats.

 

Het tracé bij Slabroek

De weg volgde niet steeds het huidige wegtracé van de Slabroekseweg, maar volgde in noordelijke richting een rechte lijn via de Kraaienweg, die nog maar gedeeltelijk als zandweg bestaat. Op oudere kaarten zien we dat de Kraaienweg vroeger doorliep tot aan een oversteekplaats over de Kraaienloop. Het ligt voor de hand dat de weg, voordat de akkers op het Udense deel van Slabroek werden ontgonnen, verder in noordelijke richting recht doorliep naar het huidige bezoekerscentrum. Dat deel van de weg ligt namelijk precies in het verlengde van de Zevenbergseweg.

Daar is in de loop van de eeuwen verandering in gekomen. Nadat ten zuiden van de oudste kern op het Udense deel van Slabroek ook akkers werden ontgonnen, werd het onwenselijk dat het doorgaande verkeer over die akkers voerde. Zoals op veel andere plaatsen ook het geval is werd het wegtracé verplaatst zodat de weg om de nieuwe akkers heenliep. Hierdoor ontstond een rare “omweg”, die het tracé van de Erenakkerstraat en de Slabroekseweg volgt. Op oude kaarten, met name die van 1899, zijn restanten van het vroegere verloop nog zichtbaar, inclusief de oversteekplaats bij de Kraaienloop.

Afb 8. Op de kaart van 1899 de oudste ontginningskern met de wallen er omheen (in rood); de prehistorische weg van Zevenbergen naar de Bitswijk langs Slabroek (in geel). Het gereconstrueerde, verdwenen gedeelte van die weg is geel gestreept. Schuin onder Slabroek door een blauwe streeplijn, die de Breuk van Melle aangeeft.
Afb 9. De topografie van Slabroek anno 2018 (Openstreetmap). De blauwe lijn geeft de gemeentegrens aan. Met rood zijn de wallen om Slabroek ingetekend.

 

De Breuk van Melle

Ten zuiden van de buurtschap Slabroek loopt de Breuk van Melle, die parallel loopt aan de Peelrandbreuk. Op de hoogtekaart van Slabroek is het hoogteverschil dat gepaard gaat met de breuk duidelijk te zien. Aan de noordkant van de breuk komt plaatselijk een strook wijstgrond voor. Aan de oostkant van Slabroek is de wijst zo intensief dat er de Kraaienloop ontspringt. De oude ontginningskern van Slabroek is op de hoogtekaart zichtbaar als een grijze ovale vlek. Waarschijnlijk is juist die plek gekozen als ontginning omdat daar, niet ver van de breuk, het kwelwater zorgde voor een grotere natuurlijke vruchtbaarheid van de grond.

Afb 10. De hoogtekaart van Slabroek. Groen betekent lager gelegen. Hoe roder de kleur hoe hoger het maaiveld. De hoogste delen zijn grijs gekleurd. Het hoogteverschil langs de (rechtlijnige) Breuk van Melle is heel herkenbaar.

Bronnen en literatuur

  • Doesburg, J. van, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenewoudt, T. de Groot. Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort (RACM), 2007. (Nederlandse Archeologische Rapporten 34), 9 – 20.
  • A.H.W. Leenders, Akkers en bochten in Bergeijk en Eersel, 2013, gelezen op: www.academia.edu
  • G. Müller, Europe’s field boundaries, volume 1 en 2, Stuttgard 2013
  • J. Timmers, Veldnamen met –ing in oost Brabant; Brabants, jaargang 4, nr 3, oktober 2007, blz 41-44
  • J. Timmers, Een inleiding op oude akkers, In het bijzonder de akkers in Gemert en Bakel. Notitie ten behoeve van de dubbelbestemming “oude akker” in het bestemmingsplan buitengebied van Gemert-Bakel. Gemert, juni 2016.
  • J. Timmers, Moorsel, een bijzondere ontginning, Op http://www.jantimmerscultuurhistorie.nl/nederzettingen/moorsel-een-bijzondere-ontginning/ In aangepaste vorm ook in Het Nederlands Landschap, jrg 36 (2018) nr 3.
  • Henk Baas, Bert Groenewoudt, Pim Jungerius en Hans Renes (redactie), Tot hier en niet verder, Historische wallen in het Nederlandse landschap. De stand van kennis. Uitgave RCE 2012.
  • Ineke de Jongh, Bert Maes, Historische wallen in Het Groene Woud, Tijdschrift voor historische geografie, jrg 2 nr 1, 2017
  • M. van Wijk en R. Jansen, Het urnenveld Slabroekse Heide op de Maashorst, Archol rapport nr 72, Leiden 2010
  • Bossche Protocollen op de website van het Stadsarchief van Den Bosch
  • Grote Historische Atlas van Noord Brabant 1836/1843, Tilburg 2008
  • Grote Historische Atlas van Noord Brabant 1905, Tilburg 2005
  • Kaarten op websites:www.topotijdreis.nl, www.ahn.nl (hoogtekaarten), www.openstreetmap.org